|
Nederland is traditioneel verdeeld over het oprekken van de AOW-leeftijd. Donner is voorstander want het maakt de AOW financiering minder bezwaarlijk. Anderen zijn tegen en dan vooral diegenen die het recht opeisen na zo veel dienstjaren te mogen genieten van AOW en pensioen.
Toch lijkt een oplossing voor dit dilemma niet zo onmogelijk, maar dan moeten we wat minder dogmatisch denken over dit thema. Stellingname van wie dan ook maakt de discussie er niet makkelijker op.
De partijen die de sleutels in handen hebben zouden elkaar de volgende vragen eens moeten voorleggen:
1. Vinden wij dat iemand van 61 jaar na 40 dienstjaren in een zwaar beroep eerder recht heeft op betaalde rust dan een ander?
2. Vinden wij dat alleen de wet mag bepalen wanneer iemand aan AOW toe is?
3. Vinden wij dat het mogelijk moet zijn en blijven dat vitale senioren tot hun 70-ste of zelfs langer de gelegenheid moeten houden om aan het werk te blijven?
4. Zijn er objectieve bezwaren tegen een wat flexibeler maken van de AOW leeftijd?
5. Hoe zou een evt. flexibilisering van de AOW leeftijd vertaald moeten worden in het BW, boek 7, over de arbeidsovereenkomst?
Het kan best zijn dat hier nog meer vragen aan toegevoegd kunnen worden, maar voorlopig geven ze een aanzet om een idee voor verdere discussie te geven.
Over de toekomstige invulling van de AOW leeftijd zou het naar mijn mening winst zijn, wanneer partijen tot de volgende conclusies zouden komen:
A. Het zou aan partijen bij de arbeidsovereenkomst overgelaten moeten worden de AOW-leeftijd van de werknemer overeen te komen en eventueel een enkele maal of meerdere malen te veranderen. Hebben partijen een maal een datum afgesproken dan is voor een opschuiving ervan dus wederom de toestemming van beide partijen nodig. Komt deze niet tot stand dan eindigt de arbeidsovereenkomst op de laatste met elkaar afgesproken datum De minimum leeftijd om de AOW uitkering te mogen ontvangen zou wettelijk moeten worden vastgesteld.
B. Wanneer partijen de AOW leeftijd zijn overeengekomen dan is het einde van de arbeidsovereenkomst zonder enige tussenkomst van CWI of rechter en zonder enige ontslagvergoeding gemarkeerd.
C. Het staat partijen vrij een werknemer na 40 dienstjaren aan te melden voor de WAO en de aanvraag mag niet worden afgewezen mits aangetoond wordt dat er daadwerkelijk sprake is van 40 gewerkte jaren.
D. Het staat partijen eveneens vrij de AOW leeftijd van de werknemer te stellen op de 1e van de maand nadat de werknemer 70 jaar is geworden. Intussen moet dan zeker gesteld zijn dat ook de pensioenopbouw voor de werknemer onverkort is doorgelopen.
E. De werknemer die arbeidsongeschikt raakt nadat de AOW-leeftijd met de werkgever is afgesproken heeft recht op loondoorbetaling maar voor niet langer dan de AOW-leeftijd.
|